Meer dan 218 miljoen kindarbeiders op de wereld leven in armoede, met weinig hoop op een beter leven. Het is tijd om een einde te maken aan kinderarbeid. Laat merken dat je kinderarbeid niet accepteert en bouw mee aan Child Labour Free Zones.
 

Succesvol Project Marokko wordt uitgebreid

Marokko : voorkomen van kinderarbeid door het tegengaan van schooluitval

In Marokko zijn 600.000 kinderen tussen 7 en 14 jaar aan het werk, terwijl ze eigenlijk op school horen. Dat is er mede de oorzaak van dat in Marokko de helft van de mannen en 60 procent van de vrouwen analfabeet is.

‘Stop Kinderarbeid – School, de beste werkplaats’ campagne partner FNV Mondiaal heeft, samen met NOVIB, de Algemene Onderwijsbond AOb en de Marokkaanse onderwijsbond SNE een pilot-project opgezet in de stad Fes dat is gericht op de bestrijding van kinderarbeid. Dat was in 2004.

Doel van het project was de oorzaken van schooluitval in de stad te onderzoeken en ervoor te zorgen dat de schooluitval gemiddeld zo’n 20 procent omlaag gaat. In 2005 is het pilot-project uitgebreid tot vijf scholen en het geniet in Marokkaanse onderwijskringen grote belangstelling.

Beleidsbeinvloeding en bewustwording over het belang van onderwijs

Voor de A0b is Mohammed Mdaghri de coordinator van het project. In een interview zegt hij dat het van belang is dat Marokkanen in Nederland invloed uitoefenen op hun familie in Marokko en erop wijzen hoe belangrijk onderwijs is.

Een van onze eerste stappen was schooluitval in Marokko op de diplomatieke agenda op ambassadeniveau te krijgen, om zo druk op de Marokkaanse regering uit te oefenen meer geld in onderwijs te steken. Mdaghri schakelt daarbij ook prominente Marokkanen in Nederland in om de publieke opinie onder migranten te beinvloeden en te lobbyen bij de politiek, zowel hier als in Marokko.

Contact met familie

Ook onder de Marokkaanse jeugd in Nederland werkt de A0b aan bewustwording van de situatie van kinderen wereldwijd. Mdaghri hoopt dat ook zij door hun contacten met familie en vrienden in Marokko kunnen bijdragen aan de bestrijding van schooluitval.

Het project richt zich op vier gebieden: de school, het gezin, lobbywerk en de capaciteit van scholen. Majda Fahchouch, lerares en presentatrice van een kinderprogramma op TV, coordineert het project in Marokko: ‘We zijn in Fes voor een periode van drie jaar begonnen met vijf scholen in arme buurten en hebben nu contact met ongeveer 4.000 kinderen. We proberen kinderarbeid te voorkomen door kinderen op school te houden. De verleiding om de school de school te laten is erg groot, vooral voor jongens. De rol van de leraren en de ouders is hierbij van groot belang.’

Fahchouch zegt dat armoede invloed heeft op de schooluitval, maar het gaat veel meer om het feit dat de mensen zich er nauwelijks van bewust zijn hoe belangrijk scholing is voor kinderen.

Goede resultaten

Mohammed Mdaghri bezocht het project in oktober 2006. Hij is tevreden over de resultaten tot nu toe: ‘Op vijf scholen met samen 8000 leerlingen was voordat het project startte de uitval 500 tot 700 kinderen per jaar. Nu is dat nog geen 90. De animo om kinderen naar school te sturen is enorm vergroot. Ook andere scholen willen aan ons project meedoen. Het gaat dus heel goed.’

Uitbreiding

Na de successen van de eerste fase in Fes heeft het project van de onderwijsbond SNE zich in 2009 uitgebreid naar 30 scholen in 5 verschillende regio s in Marokko.

Stroomversnelling

Met de 2e fase is het project in een stroomversnelling geraakt. De scholen konden sneller opstarten, omdat ze konden profiteren van de ervaringen en resultaten van hun collega s in Fes. Al voor de officiele start hadden scholingen plaatsgevonden en waren organisatorische voorbereidingen getroffen. Directeuren wisten dat de scholen van hun collega s in Fes aan aantrekkelijkheid hadden gewonnen door deelname aan de projectactiviteiten. De nieuwe scholen zijn daarom onmiddellijk aan de slag gegaan met voor hen tot dan toe minder gebruikelijke zaken als ouderbetrokkenheid. De SNE heeft er vanaf de startfase voor gezorgd dat de (lokale of regionale) overheid bij alles betrokken is. De Academies (het bevoegde gezag) zijn daardoor meteen een stap verder gegaan dan in de eerste ronde, toen er nog voorzichtig werd afgetast. Grote winst is dat alle partijen het project meer dan hiervoor als iets van iedereen samen is gaan zien. Door het hele land is ook een nieuwe trend waar te nemen: scholen gaan meer open staan voor anderen in de omgeving en blijven steeds vaker na afloop van de lessen open. Leerlingen kunnen er blijven voor huiswerkbegeleiding of sportieve of creatieve activiteiten, en ouders kunnen er alfabetiseringscursussen komen volgen.

Meknes als voorbeeld

De betere samenwerking heeft er toe geleid dat de Academie van Meknes zelf de scholingen voor de leerkrachten financiert die in Fes nog uit het projectbudget betaald moesten worden, en dat inspecteurs, directeuren en coordinatoren veel meer ruimte krijgen dan hun collega s in de eerste fase. Zo hebben directeuren meer armslag gekregen om zelf besluiten te nemen over zaken binnen de school, zoals wanneer de bond oproept tot bijeenkomsten. Moest vroegen de Academie beslissen over de deelname van personeel, nu kan de directeur dat zelf. De Academie nam vanwege het geplande project ook versneld de aanvraag voor nieuwbouw van een van de deelnemende scholen om een aantrekkelijke leeromgeving te creeren in behandeling. Voor het eerst in de geschiedenis waren er bovendien inspraakrondes voor ouders en leraren. Lag in Fes het accent in het begin vooral nog op het organiseren van scholingen, informatiebijeenkomsten, activiteiten om leerlingen buiten het vaste curriculum iets extra s te bieden, in Meknes zijn vanaf de start ook meteen de ouders meegenomen in alle plannen. Er zijn ouderraden gevormd die meedenken over de activiteiten. Een idee is meteen ter hand genomen: ouders zijn andere ouders gaan bezoeken om te praten over het belang van onderwijs. Ook om leerlingen aan school te binden zijn ideeen ontwikkeld; zo mochten op een school alle risicoleerlingen een eigen olijfboom, waar ze zelf verantwoordelijk voor zijn, planten op het schoolterrein.

Richting een landelijk convenant

Een zeer positieve ontwikkeling is het convenant dat de regio Meknes-Tafilalt wil gaan afsluiten met de SNE. In het convenant staat dat de activiteiten die nu door de SNE geinitieerd zijn en op de scholen, aangestuurd door de leden - zoals de activiteiten voor ouders, huiswerkbegeleiding, controles van de ogen -uitgevoerd worden, vanaf de ondertekening in etappes door de regio Meknes in het reguliere programma zullen worden opgenomen. Het wordt een eerste stap in de richting van een landelijk convenant.